Laden...
Laden...

Het meten van transparante of doorschijnende materialen is aanzienlijk complexer dan het meten van de kleur van een dekkend oppervlak. Doordat licht gedeeltelijk wordt doorgelaten, geabsorbeerd en verstrooid, verandert zowel de perceptie als het instrumentele meetresultaat. Betrouwbare metingen zijn alleen mogelijk wanneer zorgvuldig wordt omgegaan met monstervoorbereiding, instrumentkeuze, meetgeometrie en standaardisatie.
De dikte van het materiaal beïnvloedt de mate van lichttransmissie. Variaties leiden direct tot variaties in L*, a*, b*. Daarom moet elke meting worden uitgevoerd op een constant en reproduceerbaar diktemonster.
Transparante materialen hebben een achtergrond nodig om:
Het steunmateriaal moet neutraal, mat en kleurstabiel zijn, zodat het niet interfereert met de meting.
Voor transparante materialen is een spectrofotometer geschikt die:
Een integrerende bol is vaak noodzakelijk bij materialen die licht diffuus verstrooien. Voordelen:
Geschikt bij materialen die voornamelijk speculair transmissief zijn en weinig verstrooiing vertonen.
De beste keuze bij:
Omdat d/8° diffuus licht gebruikt, wordt de werkelijke transmissie-eigenschap betrouwbaarder vastgelegd.
De lichtbron beïnvloedt de kleurwaarneming én het meetresultaat. Voor transparante materialen geldt:
Regelmatige kalibratie is essentieel:
Zonder correcte standaardisatie zijn metingen tussen instrumenten en locaties niet vergelijkbaar.
Transparante materialen zijn zelden perfect homogeen. Meet op verschillende punten en gebruik een gemiddelde.
Draai het monster niet tussen metingen door. Verschillende oriëntaties leiden tot variaties door anisotropie en interne structuur.
Temperatuur, omgevingslicht en vocht kunnen transmissie beïnvloeden. Werk in een gecontroleerde omgeving.
Voor transparante materialen worden doorgaans CIELAB of CIELCh gebruikt:
Dit maakt het mogelijk om transmissie-eigenschappen objectief te vergelijken in productontwikkeling, kwaliteitscontrole of kleurformulatie.
Het meten van transparante materialen vereist specifieke kennis, nauwkeurige apparatuur en een strikt gecontroleerde meetopzet. Door rekening te houden met dikte, achtergrond, meetgeometrie, kalibratie en omgevingsfactoren kunnen betrouwbare en reproduceerbare kleurmetingen worden uitgevoerd.
In de opleiding Toegepaste Kleurtechniek van de Nederlandse Kleurenschool leer je:
👉 Bekijk de opleiding via: https://kleurenschool.nl
Vragen over het meten van transparante materialen of transmissiemetingen? Neem contact op met de specialisten van Stichting Nederlands Kleurinstituut: https://kleurinstituut.nl/contact
Hoe groot mag een kleurverschil zijn voordat een product wordt afgekeurd? Waarom toleranties afhangen van het product, het materiaal en de markt — en hoe je ze vaststelt.
Waarom periodieke validatie van spectrofotometers essentieel is voor betrouwbare kleurmetingen binnen ISO 17025 en GLP-omgevingen.
Kleurafwijkingen ontstaan door variatie in materiaal, proces, meting of specificatie. 42% is direct gekoppeld aan procesvariatie. Ontdek het technisch raamwerk voor systematische diagnose met vijf kernstappen en RCA-methodes.
Neem contact met ons op voor advies op maat of volg een van onze trainingen.
Neem contact op