Laden...
Laden...

Materiaal heeft een directe en vaak onderschatte invloed op hoe kleur verschijnt. Structuur, porositeit, glans en vochtgehalte bepalen in hoge mate of een kleur visueel overeenkomt met een referentie. Vooral bij natuurproducten – zoals beton, hout, baksteen of natuursteen – kunnen kleurverschillen nooit volledig worden uitgesloten. Daardoor vraagt kleurbeoordeling bij materialen om specialistische kennis, nauwkeurige meetmethoden en een goed begrip van toleranties.
Voor een gemeente werd onderzocht welke kleurtoleranties gehanteerd moesten worden bij het herstel van betonnen platen op een evenementenplein. Beton bevat natuurlijke variaties, microstructuren en 'putjes' die invloed hebben op de lichtreflectie. Hierdoor is een exacte kleurmatch niet realistisch; het gaat om een bandbreedte die esthetisch en technisch acceptabel is.
De doelstelling in dit project: een zo klein mogelijk visueel kleurverschil, passend bij het karakter van schoon beton.
Om een tolerantiebandbreedte te kunnen bepalen, werd eerst een standaardkleur gedefinieerd:
Deze mediane waarde vormde de basis voor alle verdere kleurvergelijkingen.
Proefmonsters werden geconditioneerd opgeslagen en gemeten, zodat:
Dit maakte een betrouwbare vergelijking tussen proefmonsters en bestaande platen mogelijk.
De kleurmetingen werden uitgevoerd met een spectrofotometer 45/0 conform ISO 11664 (CIELAB, D65, 10°). Deze meetgeometrie is essentieel voor materialen met textuur of structuur, omdat:
Omdat schoon beton nagenoeg achromatisch is, lag de focus in dit project voornamelijk op de L-waarden (lichtheid). De a- en b-componenten hadden onvoldoende relevantie voor het eindresultaat.
In de betonindustrie geldt het statistische uitgangspunt:
Voor dit project golden de waarden van de CUR 100 grijsschaal:
Deze methode sluit aan bij internationaal gebruikelijke kwaliteitsnormen in de beton- en bouwsector.
De herstelde betonplaten voldeden aan een tolerantie van ±1 schaaldeel, wat aanzienlijk strenger is dan de toegestane ±2 volgens CUR 100. Daarmee werd een:
De uiteindelijke beoordeling werd zowel instrumenteel (CIELAB) als visueel uitgevoerd. Voor de visuele analyse werden foto's genormaliseerd op basis van een neutrale grijskaart, zodat lichtheidsverschillen objectief konden worden beoordeeld.
Deze case laat zien dat kleurbeoordeling niet alleen draait om formules of ΔE-waarden. Bij natuurmaterialen spelen o.a. deze factoren een cruciale rol:
Daarom vraagt kleurbeoordeling op materiaalniveau om kennis van zowel visuele beoordeling, instrumentele analyse als materiaalkunde.
In onze opleidingen leer je:
👉 Bekijk de opleidingen van de Nederlandse Kleurenschool: https://kleurenschool.nl
Vragen over materiaalinvloeden, kleurtoleranties of visuele beoordeling? Neem contact op met de specialisten van Stichting Nederlands Kleurinstituut: https://kleurinstituut.nl/contact
Hoe groot mag een kleurverschil zijn voordat een product wordt afgekeurd? Waarom toleranties afhangen van het product, het materiaal en de markt — en hoe je ze vaststelt.
Waarom periodieke validatie van spectrofotometers essentieel is voor betrouwbare kleurmetingen binnen ISO 17025 en GLP-omgevingen.
Investeren in kleurkwaliteitsmanagement levert aantoonbare financiële voordelen. Kleurfouten kosten gemiddeld 2-5% van productiekosten. Ontdek gedocumenteerde ROI-cases met besparingen van 110-790% in het eerste jaar.
Neem contact met ons op voor advies op maat of volg een van onze trainingen.
Neem contact op