Laden...
Laden...

Woensdag en donderdag vindt in Florence de AIC 2026 Midterm Meeting plaats, de bijeenkomst van de internationale kleurvereniging, dit jaar rond het thema Colour and Cultural Heritage. Ik presenteer er een systeem waaraan ik jaren heb gewerkt: het Color Experience System. Een goed moment om uit te leggen wat het is en welk probleem het oplost.
Er is een merkwaardige kloof in het vak. Kleurkeuze in architectuur, zorg, productontwerp en visuele communicatie rust nog altijd overwegend op intuïtie en stijl — terwijl er decennia aan gevalideerd onderzoek ligt over hoe mensen op kleur reageren. Het probleem is niet een tekort aan bewijs, maar het ontbreken van een route: er loopt geen pad van een beoogde ervaring naar een concrete, verdedigbare kleurkeuze. Zonder zo'n route terugvallen op gevoel is begrijpelijk, geen teken van onkunde.
Die kloof heeft ook een prijs. Op de Dutch Design Week merkte een fabrikant op dat bezoekers eerst worden aangetrokken door kleur, maar uiteindelijk neutraal kopen — een treffende illustratie van de afstand tussen aantrekking en beslissing wanneer niets die twee verbindt.
CES is geen nieuwe kleurtheorie. Het is de ontbrekende operationele laag tussen kleuronderzoek en toegepaste kleurkeuze: één reproduceerbare beslissingsarchitectuur die een beoogde ervaring vertaalt naar een begrensd, verdedigbaar kleurgebied in CIE LCh*. Het concurreert niet met kleursystemen als CIELAB, Munsell of NCS — het zit erboven en voegt de beslissingslaag toe die zij niet bieden.
De basis is breed: over de ontwikkeling zijn zo'n 6.500 publicaties verzameld en beoordeeld, waarvan ongeveer honderd kernstudies de concept-kleurrelaties dragen. Dat maakt CES verdedigbaar op een manier die intuïtie nooit kan zijn: elke aanbeveling is herleidbaar tot haar bron, zodat een verschil van inzicht tussen twee professionals terugkomt op een benoemde parameter in plaats van op ongedocumenteerde smaak.
De vertaling verloopt in een vaste keten: concept → zintuig → gemeten basis → culturele verschuiving → begrensd kleurgebied.
Ze begint bij de ervaring zelf, benoemd als een concept — bijvoorbeeld levendig of ingetogen, kalm of activerend. Dat concept wordt verankerd in het zintuig waarop het vooral inwerkt, want kleur werkt multisensorisch: een kleur kan warm voelen of fris ruiken. Vervolgens wordt een gemeten basis bepaald: het kleurgebied dat die ervaring draagt, uitgedrukt in LCh*. En daaroverheen komt de culturele laag.
Cruciaal is de volgorde: perceptie gaat vóór betekenis. Het directe, lichamelijke kleureffect dat over culturen heen stabiel is, vormt de basis; de aangeleerde, symbolische associatie — die per cultuur verschilt — weegt minder en wordt apart gelabeld, beschikbaar voor toepassingen waar symboliek juist het punt is, zoals verpakking.
De onderbouwing sluit aan op wat kleur-emotieonderzoek al langer aantoont: lichtheid en chroma dragen het grootste deel van de respons, de kleurtoon het minst. Het warm-koelmodel haalt een verklaarde variantie van R²=0,74, het zacht-hardoordeel wordt door lichtheid voorspeld met R²=0,87, en over zeven regio's verklaren drie factoren — vooral gedragen door chroma en lichtheid — ongeveer 89% van de variantie in kleur-emotierespons.
Die laatste bevinding is precies waarom cultuur in CES een verschuiving is en geen apart systeem: er is een gedeelde onderliggende structuur, en de culturele laag beschrijft in welke richting en met welke zekerheid een regio daarvan afwijkt. CES ordent dat via zes continentale clusters, gewogen naar de betrouwbaarheid van de onderliggende bron. Waar geen onderbouwde verschuiving bestaat, blijft de basis staan.
Dat het congresthema Colour and Cultural Heritage is, past goed. De culturele laag van CES laat zich mooi tonen aan erfgoed: het historische "oude rood" van Japanse prenten verschoof in de loop van de tijd naar een gemeten "nieuw rood" rond h=17,8°, L*=39,3, C*=64,8. Voor een Aziatische erfgoedcontext kiest CES een warme accentkleur daarom niet als vast getal, maar als een basisgebied dat naar die gemeten positie is verschoven — meetbaar, herleidbaar, verdedigbaar.
CES wordt geleverd als de Atlas: een interactief werkinstrument waarin je de route van concept naar kleurgebied direct doorloopt, geen statische opzoektabel. Voor wie professioneel met kleur werkt en zijn keuzes verdedigbaar en reproduceerbaar wil maken — tegenover een klant, een auditor of een collega — is dat het verschil tussen "dit voelt goed" en "dit is de kleur, en dit is waarom".
Wie in Florence is: kom gerust langs de presentatie. En wie er niet bij is maar meer wil weten over de gedachte erachter, kan terecht bij het instituut.
Bron: Kotterink, M. (2026). The Color Experience System — A Systematic Framework for Evidence-Based Color Selection (whitepaper v2.0). Met o.a. Ou et al. (2004), Valdez & Mehrabian (1994), Gao & Xin (2006), Gao et al. (2007) en Suzuki et al. (2013). Congres: AIC 2026 Midterm Meeting, Florence, 3–4 september 2026.
Rood maakt niet vanzelf agressief. Onderzoek laat zien dat vooral lichtheid en verzadiging bepalen wat een kleur met je emotie doet — niet de kleurtoon. Wat dat betekent voor je ontwerp.
Van grijze flats tot neutrale interieurs – Nederland lijdt onder dubbele chromofobie. Wetenschappelijk onderzoek toont: kleurloze omgevingen schaden welzijn, creativiteit en sociale dynamiek. Ziekenhuizen gebruiken kleur om te genezen, maar waar wonen gezonde mensen?
Neem contact met ons op voor advies op maat of volg een van onze trainingen.
Neem contact op